Verhuren kan je van alles dat je in je bezit hebt. Verhuren is een mogelijkheid om rendement te krijgen op je bezit. Daardoor kan je meer inkomen krijgen. Maar het kan ook een mogelijkheid zijn iets te kopen waar je anders niet voldoende geld voor zou hebben. Denk aan het verhuren van je boot, die je anders niet had kunnen kopen.
Het aanzeggen van huur houdt in dat de verhuurder de huurder informeert over de einddatum van het huurcontract. Het gaat hier om huurcontracten die voor bepaalde tijd zijn afgesloten. Dus een huurovereenkomst van twee jaar of korter voor een zelfstandige woonruimte. Of een huurovereenkomst van 5 jaar of korter voor een onzelfstandige woonruimte. Het aanzeggen van de huur voorkomt dat de huurovereenkomst automatisch wordt omgezet in een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd.
Het aanzeggen van de huur moet schriftelijk. Dit kan per aangetekend brief of per e-mail. Als de verhuurder niet kan aantonen dat de huurder het bericht heeft ontvangen, geldt alsnog de automatische omzetting naar onbepaalde tijd met huurbescherming.
De medehuurder is er in twee soorten. De juridische medehuurder en de wettelijke. De juridische staat ook op het huurcontract. Die heeft dezelfde rechten en plichten als de hoofdhuurder. De wettelijke medehuurder komt voor bij de huur door particulieren. Een voorbeeld is de echtgenoot van de hoofdhuurder, die is van rechtswege al medehuurder.
Iemand die feitelijk medehuurder is kan onder omstandigheden de verhuurder verzoeken om op het huurcontract te komen. Als je voldoet aan de voorwaarden kan je dat ook afdwingen bij de kantonrechter.
Brief aanvragen medehuurder van een huurwoning
Brief om te zorgen dat jij erbij komt op het huurcontract. Dat is een wettelijk recht als je samenwoont. Te gebruiken voor samenwoners, maar ook voor kinderen die op het huurcontract willen komen. Brief bevat de juiste wettelijke bepalingen en motivatie.
De hoofdhuurder is de persoon of organisatie die als huurder op de huurovereenkomst staat. Dat kunnen dus ook meerdere hoofdhuurders zijn. De hoofdhuurder is verplicht de huur te betalen en is ook aansprakelijk voor de andere verplichtingen in de huurovereenkomst. In de verhouding verhuurder met de hoofdhuurder wijzigt niets als de hoofdhuurder overgaat tot onderhuur.
Onder omstandigheden kan een medehuurder ook hoofdhuurder zijn of worden.
De indeplaatsstelling is een begrip in het huurrecht van bedrijfsruimten. De huurder van een voor het publiek toegankelijke bedrijfsruimte kan de verhuurder vragen een ander in diens plaats te zetten. Dat kan als de huurder de onderneming verkoopt. In dat geval heeft de huurder het recht de koper op de huurovereenkomst te laten zetten als nieuwe huurder.
De verhuurder is verplicht mee te werken. De nieuwe huurder moet de onderneming voortzetten en mogelijk garanties of zekerheden bieden voor de huur.
Bij onderhuur heeft de onderhuurder een contract met de hoofdhuurder. Die heeft een huurcontract met de eigenaar. Onderhuur is bij bedrijfsruimten niet wettelijke verboden. Het is vaak niet toegestaan op grond van de huurovereenkomst. Met toestemming van de eigenaar is onderverhuur dan wel toegestaan. Die toestemming kan alleen geweigerd op redelijke gronden.
Onderhuur doet niets af aan de verplichtingen van de huurder ten opzichte van de eigenaar.
De kamerverhuurvrijstelling is een regeling van de Belastingdienst voor verhuurders. Met deze vrijstelling hoef je geen Belasting te betalen over jouw huuropbrengsten. Je kan gebruikmaken van deze vrijstelling als je voor een langere tijd een deel van je woning, zoals een kamer, verhuurt.
De Belastingdienst publiceert jaarlijks de maximale vrijstelling van inkomsten uit kamerhuur. Het gaat hierbij om de huur inclusief een eventuele vergoeding voor het gebruik van meubilair, energie en dergelijke. Zie ook fiscale vrijstelling kamerverhuur tabel.
Een goed huurder zijn is een verplichting van een huurder. Het houdt in dat de huurder in elk geval zorgvuldig om dient te gaan met hetgeen hij huurt. De huurder moet handelen in overeenstemming met hetgeen hem in het maatschappelijk verkeer betaamt. In de praktijk houdt het ook wel in dat de huurder geen overlast mag veroorzaken jegens derden, zoals buren.
Als een huurder overlast bezorgt bij buren kan dat in strijd zijn met het goed huurderschap. Dit geldt ook als de huurder bijvoorbeeld hennep gaat kweken in de woning of het verhandelen van drugs.
Een huurcontract is een overeenkomst tussen een verhuurder en een huurder. In het huurcontract leggen zij hun afspraken vast.
De kern van het contract is dat verhuurder en huurder overeenkomen dat de verhuurder een zaak, of een gedeelte daarvan, in gebruik zal geven aan de huurder. Dit kunnen onroerende of roerende zaken zijn. De huurder zal hiervoor een tegenprestatie leveren. Bijvoorbeeld een bepaald geldbedrag per maand.
Een reguliere bedrijfsruimte is een onroerende zaak, of een gedeelte daarvan, die bestemd is voor de uitoefening van een winkelbedrijf, horeca of ambachtsbedrijf. Deze ruimte moet voor het publiek toegankelijk zijn. Onder bedrijfsruimte valt ook een hotelbedrijf en een kampeerbedrijf. Naast deze veel voorkomende objecten bestaat er ook de overige bedrijfsruimte. De vraag wat er exact gehuurd wordt is van feitelijke aard. Het maakt dus niet uit wat je boven het contract zet.
Voor deze huurcontracten gelden aanvullende regels voor de huurbescherming. Dit is omdat een huurder van een winkelpand of horeca economisch gebonden zijn aan een bepaalde locatie. Daarom krijgen deze huurders extra bescherming tegen huurbeëindiging. Lees ook: Wanneer mag verhuurder bedrijfsruimte ontruimen?
Deze ruimte wordt ook wel 290-bedrijfsruimte genoemd. Naar het gelijknamige artikel in het Burgerlijk Wetboek.
Overige gebouwde onroerende zaken zijn de ruimtes die niet onder bedrijfsruimte valt als bedoelt in artikel 7:290 van het Burgerlijk Wetboek.
Een overige bedrijfsruimte is dus alles wat niet een 290-bedrijfsruimte of woonruimte is. Zo’n ruimte is niet toegankelijk voor het publiek. Overige bedrijfsruimte wordt ook wel kantoorruimte genoemd, maar er valt veel meer onder.
Voorbeelden van overige ruimtes zijn: fabrieken, kantoren, banken, casino’s, bioscopen, sportzalen, tandartsen, notariskantoren, advocatenkantoren en makelaarskantoren.
De overige gebouwde onroerende zaken worden ook wel 230a-ruimte genoemd.
Huurbescherming houdt in dat je niet zomaar uit het gehuurde mag worden gezet. De verhuurder mag dan niet zomaar de huur opzeggen. Bij tijdelijk huur is er beperkte huurbescherming. Deze bescherming is in de wet opgenomen om de huurder te beschermen. Zodat hij/zij niet zomaar uit het gehuurde kan worden gezet.
Een huurder is iemand die iets huurt van een verhuurder. De huurder betaalt de verhuurder hiervoor een vergoeding: huur. De huurder kan voor bepaalde tijd of voor onbepaalde tijd huren. De huurder kan ook huren van een andere huurder dan heet onderhuur.
Een huurder kan een woning huren, maar ook een boot, garagebox, vakantiewoning of auto.